Een warmtepomp verplaatst warmte uit de buitenlucht, bodem of grondwater naar je woning via een gesloten kringloop met koudemiddel. De compressor — het enige onderdeel dat veel stroom gebruikt — “pompt” de warmte naar een hogere temperatuur. Daardoor levert 1 kWh stroom doorgaans 3 tot 5 kWh warmte op: een rendement van 300-500%, waar een HR-ketel op gas blijft steken rond de 90-107%.
De kringloop in 4 stappen
Elke warmtepomp — of hij nu warmte uit lucht, bodem of water haalt — doorloopt continu dezelfde vier stappen. Dit heet de dampcompressiecyclus; hetzelfde principe als in je koelkast, maar dan omgekeerd.
Verdampen — warmte opnemen
In de verdamper stroomt vloeibaar koudemiddel met een zeer laag kookpunt. Zelfs koude buitenlucht of bodemwarmte is warm genoeg om het te laten koken. Het koudemiddel verdampt en neemt daarbij warmte-energie op uit de bron.
Comprimeren — temperatuur verhogen
De compressor perst het gasvormige koudemiddel samen. Door de hogere druk stijgt de temperatuur sterk (vergelijk: een fietspomp wordt warm bij het pompen). Dit is de enige stap die substantieel stroom verbruikt.
Condenseren — warmte afgeven
In de condensor geeft het hete koudemiddel zijn warmte af aan het cv-water (of aan de lucht bij een lucht-lucht systeem). Het koudemiddel koelt af en wordt weer vloeibaar. Jouw radiatoren, vloerverwarming of boiler worden hiermee verwarmd.
Expanderen — druk verlagen
Het expansieventiel verlaagt de druk van het vloeibare koudemiddel, waardoor het sterk afkoelt. Het koude koudemiddel stroomt terug naar de verdamper en de kringloop begint opnieuw.
De cyclus is omkeerbaar: draait het proces de andere kant op, dan koelt de warmtepomp in plaats van te verwarmen. Zo werkt een airco — en zo kunnen veel warmtepompen in de zomer je huis koelen.
Waarom 1 kWh stroom = 3-5 kWh warmte
Warmte verplaatsen kost minder energie dan warmte maken
Een gasketel of elektrische kachel maakt warmte en kan daardoor nooit meer dan circa 100% rendement halen. Een warmtepomp verplaatst warmte die al gratis in de omgeving zit. De stroom is alleen nodig voor het “oppompen” naar een hogere temperatuur. Bij een COP van 4 komt 75% van de geleverde warmte uit de bron en slechts 25% uit stroom.
Het rendement hangt af van twee temperaturen: de brontemperatuur (hoe warmer de bron, hoe beter) en de afgiftetemperatuur (hoe lager het cv-water mag zijn, hoe beter). Daarom scoort een bodemwarmtepomp met vloerverwarming op 35°C veel hoger dan een lucht-water systeem dat op een vriesdag radiatoren op 60°C moet voeden.
Alles over COP, SCOP en SPF — en welke waarden realistisch zijn per type — lees je op de pagina rendement van warmtepompen.
De 6 belangrijkste onderdelen
Compressor
Het hart van het systeem: perst het koudemiddel samen en verbruikt circa 90% van alle stroom. Moderne inverter-compressoren moduleren hun vermogen mee met de warmtevraag.
Verdamper
De warmtewisselaar aan de bronzijde. Bij lucht-water systemen is dit de buitenunit met lamellen en ventilator; bij bodemsystemen een buizennet in de grond.
Condensor
De warmtewisselaar aan de woningzijde. Hier condenseert het hete koudemiddel en draagt zijn warmte over aan het cv-water of de binnenlucht.
Expansieventiel
Verlaagt de druk van het koudemiddel zodat het sterk afkoelt en opnieuw warmte kan opnemen. Elektronisch geregelde ventielen optimaliseren het rendement continu.
Circulatiepomp & buffervat
De circulatiepomp verdeelt het verwarmde water door de woning. Een buffervat kan korte pieken opvangen en helpt de warmtepomp stabieler te draaien.
Slimme regeling
Weersafhankelijke regeling en slimme thermostaten stemmen de aanvoertemperatuur af op de buitentemperatuur. Goede inregeling scheelt merkbaar in verbruik.
Drie warmtebronnen, één principe
Het verschil tussen de soorten warmtepompen zit vooral in de bron waaruit warmte wordt gehaald:
| Bron | Brontemperatuur |
|---|---|
| Buitenlucht (lucht-water / lucht-lucht) | -20°C tot +35°C, sterk wisselend |
| Bodem (gesloten bodemlus) | ca. 8-12°C, vrijwel constant |
| Grondwater (open bron / water-water) | ca. 10-12°C, constant |
Koudemiddelen: van R410A naar propaan
Het koudemiddel bepaalt mede het milieuprofiel van een warmtepomp. De EU F-gassenverordening faseert koudemiddelen met een hoog broeikaseffect (hoge GWP-waarde) stapsgewijs uit. De markt verschuift daardoor van R410A naar R32 (lagere GWP) en steeds vaker naar natuurlijke koudemiddelen zoals propaan (R290, GWP 3).
Let op voor 2026: split lucht-water warmtepompen met een vulgewicht onder 3 kg en een koudemiddel met GWP boven 750 komen niet meer in aanmerking voor ISDE-subsidie. Controleer dit vóór aankoop op de subsidiepagina en de RVO-meldcodelijst.
Verder lezen
- Rendement: COP, SCOP en SPF uitgelegd → — Wat betekenen de cijfers op het label?
- Welk vermogen heb je nodig? → — Bereken het benodigde aantal kW voor jouw woning
- Soorten warmtepompen → — Hybride, lucht-water, bodem of lucht-lucht?
- Wat kost een warmtepomp? → — Actuele prijzen per type inclusief installatie